Genève, Bibliothèque publique et universitaire, Comites latentes, Ms 15, f. 2r (detail)

CRISTOFORO ORIMINA

Italiaans boekverluchter, werkzaam aan het hof van Anjou in Napels tussen ca 1330 en 1365. Zijn naam komen we tegen in een bijbel oorspronkelijk bewaard in Mechelen (Groot Seminarie, ms. 1), thans in Leuven, Universiteitsbibliotheek, en welke bijbel, bekend onder de naam Bible Angevine of Anjou-Bijbel, het pronkstuk van de collectie vormt.

Het uitzonderlijk rijkelijk versierde handschrift is ontstaan in het begin van de veertiende eeuw aan het hof van Robert I van Anjou (1277-1343), koning van Napels. De openingsdiptiek van de Anjou Bijbel illustreert die rijke geschiedenis. Tussen 1808 en 1821 behoort het handschrift tot de collectie van het Grootseminarie van Mechelen. Sinds 1970 is het in depot gegeven aan de bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U.Leuven.

Leuven, Universiteitsbibliotheek, Maurits Sabbebibliotheek, Ms 1

Robert van Anjou wilde met zijn Bijbel een politiek statement maken. De twee openingsminiaturen illustreren dit. Op de eerste zien we de getroonde Robert uitgedost zoals een Byzantijnse keizer, geflankeerd door de personificatie van de acht deugden die de acht ondeugden verslaan en in de afgrond storten. Hij heeft zichzelf laten betitelen als de rex expertus in omnia scientia (de koning deskundige in alle wetenschappen).

Op de rechterminiatuur heeft hij een stamboom in beeldtaal laten schilderen om de grootheid van zijn geslacht te benadrukken. Bovenaan zien we Karel I en zijn echtgenote Beatrix van Provence, de grondlegger van de dynastie. Hij is omringd door zijn baronnen en geknield aan zijn voeten zit zijn opvolger de toekomstige Karel II. In het middelste deel zijn Karel II en Maria van Hongarije afgebeeld. Naast Maria zijn een aantal jonge meisjes afgebeeld en naast Karel II zien we Karel Martel, zijn oudste zoon en een bisschop met een Nimbus, de heilige Lodewijk van Toulouse zijn tweede zoon. Daarnaast staat nog een personage in koninklijk gewaad met twee meisjes geknield aan zijn voeten. Dit is Robert I van Anjou met zijn twee kleindochters, Joanna die hem zal opvolgen en haar zus Maria. Onderaan in het derde deel van de miniatuur, vinden we Robert I van Anjou en zijn echtgenote Sancha van Majorca. Links van de koningin bevindt zich Maria van Valois, de hertogin van Calabrië met haar twee dochters Jeanne en Maria. Naast Robert zien we zijn zoon Karel van Calabrië. Deze miniatuur illustreert de opvolging binnen het Angevijnse huis en maakt het duidelijk dat Robert voor de opvolging van zijn overleden zoon zijn kleindochter Jeanne had gekozen.

Naast twee volbladminiaturen bevat de bijbel meer dan 160 kleinere miniaturen − initiaalversieringen ter introductie van de bijbelsecties en kleine miniaturen die alluderen op de bijbelse teksten en op historische gebeurtenissen die met het koningshuis zijn verweven − en op elke folio fantasierijke randversieringen.

Op de laatste bladzijde van de Apocalyps (fol. 311v), één van de belangrijkste teksten uit het Nieuwe Testament, staat de naam van de kopiist: “Iannutius de Matrice incepit, mediavit et finivit hoc opus.” De miniaturen zijn het werk van meerdere Napolitaanse kunstenaars, waaronder Cristoforo Orimina die zich op folio 308r bekend maakt − “ Haec est Biblia magistri Nicolai de Alifio doctoris quam illuminavit de pincello xpophorus orimina de neapoli.”  Voorts is aan de verluchting gewerkt door een tweede, anonieme, meester. Cristoforo Orimina is verantwoordelijk voor de creatie van alle ‘historische’ miniaturen, waarin de herkomst van het handschrift en de verwevenheid met het koninkrijk Anjou aan het licht komen. Artistiek leunen ze sterk aan bij het oeuvre van Simone Martini (1284-1344), na Giotto de belangrijkste schilder van het trecento en vanaf 1315 hofschilder van koning Robert I van Anjou. Karakteristiek zijn de stevige, in de werkelijkheid verankerde figuren, met zware, vaak in profiel geschilderde aangezichten met Byzantijnse inslag.

Het handschrift, Orimina’s hoofdwerk, werd vervaardigd in opdracht van de jurist Niccolo Alunno di Alife, die het opdroeg aan Robert van Anjou, koning van Napels, en moet dus dateren voor diens overlijden in 1343. Hiermee is een belangrijk gefixeerd punt gegeven in de chronologie van Orimina’s werk en de ontwikkeling van zijn stijl.

Andere handschriften uit de werkplaats van Orimina betreffen een bijbel in Berlijn (Kupferstichkabinett, ms. 78 E 3) en de Bijbel van Matteo di Planisio (Vaticaanstad, ms. Lat. 3550).

D’Ancona 1925, p. 46 noemt als belangrijkste karakteristiek van de Napolitaanse boekverluchting van het Trecento de samensmelting van Siennese, Byzantijnse en Franse stijlelementen.

Blijkens de tekst geschreven bij lot 495 in de Ashburnham-Barois Veiling bij Sotheby’s 10 juni 1901 (het huidige handschrift Londen, Sotheby’s, 3 december 1968, lot 19) is in de oudere literatuur weleens een zeer belangrijk schilder genoemd als de auteur van de miniaturen ervan: “The paintings in this volume are in the style of Giotto, and were probably executed by him at Avignon while he was there with Pope Clement V”. Vanzelfsprekend is deze toeschrijving onjuist, maar zij geeft wel de hoogstaande kwaliteit van deze verluchtingen aan.

Londen, British Library, Ms Royal 20 D I, f. 26v

Londen, British Library, Ms Royal 20 D I , f. 67r

Londen, British Library, Ms Royal 20 D I , f. 172r

Catalogus

Avignon, Bibliothèque municipale

Ms 158 missaal, Napels, ca 1335-1365 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

  • D’Ancona 1925, p. 47

Avignon, Musée Calvet

Ms 138 missaal, Napels, ca 1335-1365 Werkplaats van Cristoforo Orimina

Berlijn, Staatliche Museen Preussischer Kulturbesitz, Kupferstichkabinett

Ms 78 E 3 (Hamilton 90) Hamilton Bijbel, Napels, ca 1335-1355 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

Genève, Bibliothèque publique et universitaire, Comites latentes

Ms 15 psaltergedeelte van een breviarium, Napels, ca 1352-1362 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

  • D’Ancona 1925, p. 45-48
  • Millar 1930, II,, p. 129-141, pl. CLIII-CLVI
  • Dublin 1955, nr. 38
  • Sotheby’s 3 december 1968, lot 19
  • London 1985, nr. 36

Hamburg, Dr. Jörg Günther Antiquariat

Catalogus 8 (2006), nr. 10 missaal, Napels, ca 1355 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

  • Dr. Jörg Günther, catalogus 8 (2006), nr. 10

Leuven, Universiteitsbibliotheek, Maurits Sabbebibliotheek

Ms 1 Bible Angevine of Anjou-Bijbel, Napels, ca 1335-1343 Werkplaats van Cristoforo Orimina

Leuven, Universiteitsbibliotheek, Maurits Sabbebibliotheek, Ms 1

literatuur:

  • D’Ancona 1925, p. 46-7
  • D’Ancona & Aeschlimann 1949, p. 162
  • Sotheby’s 3 december 1968, p. 60|
  • Saggese 2010
  • Watteeuw & van der Stock 2010

Londen, British Library

Ms Royal 20 D I Faits des Romains, Napels, ca 1330-1340, verluchting door Cristoforo Orimina: de 4 volbladminiaturen op f. 26v, 67r, 154r en 172r

literatuur:

  • Avril 1969, p. 295 n. 3, 300-07, 309, 311-14
  • Backhouse 1997, nr. 97
  • Los Angeles 2010-2011, nr. 50
  • London 2011-2012, nr. 135

Londen, Sotheby’s

Catalogus 9 december 1958 (Dyson Perrins), lot 12 bijbel, Napels, ca 1335-1365 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

  • D’Ancona 1925, p. 47
  • Sotheby’s 9 december 1958, lot 12
  • Sotheby’s 3 december 1968, p. 60 daar wordt gemeld dat deze bijbel in 1959 door generaal De Gaule van Frankrijk werd geschonken aan de toenmalige paus

Madrid, Biblioteca Nacional

Ms N.C. 68 breviarium, Napels, ca 1335-1365 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

  • D’Ancona 1925, p. 47

Parijs, Bibliothèque Nationale

Ms fr 4274 Statuten van de Orde van de Saint Esprit au droit désir, Napels, ca 1352-1362 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

  • D’Ancona 1925, p. 46
  • D’Ancona & Aeschlimann 1949, p. 162
  • Sotheby’s 3 december 1968, p. 60

Turijn, Biblioteca Reale

Ms var 175 bijbel, Napels, ca 1335-1365 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

  • Keulen 1992, p. 220

Vaticaanstad, Biblioteca Apostolica Vaticana

Ms vat lat 3550 Bijbel van Matteo di Planisio, Napels, 1362 Werkplaats van Cristoforo Orimina

Vaticaanstad, Biblioteca Apostolica Vaticana, Ms vat lat 3550, f. 1r (detail)

literatuur:

  • D’Ancona 1925, p. 46
  • Tozzi 1936
  • Bologna 1969, p. 278, 286, nr. 157, 157b, 352f
  • Vaticaanstad 1972, nr. 94
  • Keulen 1992, nr. 45
  • Carlino 1994

Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek

Cod 1921 getijdenboek, Napels, ca 1335-1365 Werkplaats van Cristoforo Orimina

literatuur:

  • D’Ancona 1925, p. 47
  • Unterkircher 1967, tafel 31

Hamilton Bijbel

The Portrait of Pope Leo X with two Cardinals is a painting by the Italian High Renaissance master Raphael, c. 1517. It is housed in the Uffizi Gallery of Florence.

In contrast to works depicting classical, idealised Madonnas and figures from antiquity, this portrait shows the sitter in a realistic manner. The Pope is depicted with the weight of late middle age, while his sight appears to be strained. The painting sets up a series of visual contradictions between appearance and reality, intended by Raphael to reflect the unrest of a period of turmoil for the papacy. Martin Luther had recently challenged papal authority, listing among other grievances, Leo X’s method of selling indulgences to fund work on St Peter’s.

The pommel on top of the Pope’s chair evokes the symbolic abacus balls of the Medici family, while the illuminated Bible open on the table has been identified as theHamilton Bible.

The cardinals are usually identified as Giulio di Giuliano de’ Medici and Luigi de’ Rossi.

Art historians have noted that Leo is turning the page of his Bible from the last passage of the Book of Luke to the first of the Book of John. In Luke, Jesus is exhorting the Apostles to pray often in the Temple. This has been interpreted as a direct rebuke to Luther’s opposition to the building of Saint Peter’s Basilica. The Book of John begins, “There was a man sent from God, whose name was John. He came for testimony, to bear witness to the light, that all might believe through him.” Since Leo’s birth name was Giovanni (the Italian version of “John”), this scriptural passage can be understood to assert that it is only through the obedience to the pope, Giovanni de’ Medici, and official Vatican doctrines that one can achieve salvation. This is in direct contrast to Luther’s belief that salvation could be achieved through faith in God alone.

Literatuur

  1. De Viel-Castel 1853
  2. Londen 1908, p. 87, pl. 118
  3. D’Ancona 1925, p. 45-48
  4. Millar 1930, II, p. 129-141, pl. CLIII-CLVI
  5. Tozzi 1936
  6. Dublin 1955, nr. 38
  7. Sotheby’s 9 december 1958, lot 12
  8. Böse 1966, p. 45-46
  9. Unterkircher 1967, tafel 31
  10. De Clercq 1968
  11. Sotheby’s 3 december 1968, lot 19, p. 58-60
  12. Avril 1969, p. 295 n. 3, 300-07, 309, 311-14
  13. Bologna 1969, p. 278, 286, nr. 157, 157b, 352f
  14. Vaticaanstad 1972, nr. 94
  15. London 1985, nr. 36
  16. Keulen 1992, nr. 45, p. 220-225
  17. Carlino 1994
  18. Backhouse 1997, nr. 97
  19. Dr. Jörg Günther, catalogus 8 (2006), nr. 10
  20. http://www.guenther-rarebooks.com (2007)
  21. Bräm 2008
  22. Saggese 2010
  23. Watteeuw & van der Stock 2010
  24. Los Angeles 2010-2011, nr. 50
  25. London 2011-2012, nr. 135
  • Bradley 1887-1889 –
  • Thieme-Becker 1907-1950
  • D’Ancona & Aeschlimann 1949, p. 162