Londen, National Gallery,
Man met de rode tulband (vermoedelijk zelfportret van Jan van Eyck)

Jan van Eyck

De  allerbelangrijkste Vlaamse primitief, geboren tussen 1370 en 1400 en overleden in juni 1441. Zijn beroemdste werk is het Lam Godsretabel te Gent. Wellicht was hij ook werkzaam als boekverluchter. In ieder geval gedurende de jaren 1422-1424 verbleef hij aan het Haagse Hof van Bavaria aangezien gedurende die jaren betalingen aan hem zijn geregistreerd.

Turijn, Museo Civico d’Arte Antica, Ms. 47, f. 93v: geboorte van Johannes de Doper met Doop in de Jordaan in de onderrand

Helaas is niet bekend voor welk werk hij werd betaald. Mogelijkerwijs betreft het door hem voortgezette werkzaamheden aan het Turijn-Milaan getijdenboek dat in onvoltooide staat (de 1e verluchting dateert van de jaren 1380-1390) het hof had bereikt. Een aantal miniaturen uit dit getijdenboek zou dan werk van Van Eyck kunnen zijn.

Hiermee zou op sensationele wijze worden bevestigd wat de Napolitaan Pietro Summonte al in 1524 had beweerd in een brief aan de Venetiaan Marcantonio Michiel, namelijk dat Jan van Eyck begonnen was als boekverluchter (“Gran Maestro Joannes, che prima fe l’arte d’illuminare libri“) (zie nader Rotterdam 2012, p. 59-65).

In de literatuur wordt de hand van Van Eyck veelal (voor het eerst door Hulin de Loo 1911) aangeduid als hand “G”). Hoewel de Eykiaanse inslag duidelijk is, wordt in de oudere literatuur wel betwijfeld of het werk van Van Eyck zelf betreft.

Turijn, Biblioteca Nazionale, Ms K IV 29 Heures de Turin (verbrand in 1904, alleen zwart/wit afbeeldingen bewaard gebleven), f. 24r: gevangenneming (detail)

Thans neigt men wel naar toeschrijving aan Van Eyck. Kemperdick en Lammertse in Rotterdam 2012, p. 89 e.v. (m.n. p. 100) zijn het meest uitgesproken in hun mening dat Jan van Eyck wel degelijk te vereenzelvigen is met “hand G” in het Turijns-Milanese getijdenboek.

Ook nauw verwant met de stijl van Van Eyck, maar te zwak om als diens eigen werk door te kunnen gaan, zijn de verluchtingen die aan hand “H” worden toegeschreven. Hiertoe behoren de in de vroegere literatuur wel aan hand “G” toegeschreven Virgo inter virgines en de Terugvinding van het Kruis (zie onder de Meester “H” van het Turijn-Milaan getijdenboek).

Andere Eyckiaanse miniaturen in het handschrift zijn toegeschreven aan de Meester van Covarrubias, de Meester van de Chevrot-Augustinus en de Meester van het Franciscuspaneel uit Philadelphia (zie Brugge 2002, p. 25).

Turijn, Museo Civico d’Arte Antica, Ms. 47, f. 116r: dodenmis in een kerk

Catalogus

Turijn, Biblioteca Nazionale

Ms K IV 29 Heures de Turin (verbrand in 1904), onderdeel van de Très belles heures (kerndeel: Parijs, Bibliothèque Nationale, ms. Nouv. Acq. Lat 3093), verluchting door de Meester van het Llangattock Getijdenboek/Meester “K” van het Turijn-Milaan Getijdenboek; Meester “H” van het Turijn-Milaan Getijdenboek; Jan van Eyck: f. 24r gevangenneming van Christus op de Olijfberg, 55v Julian en Martha, het wonder in de storm, 59r (?) Madonna in kring van heiligen, 59v strandscène met ruiters, ontmoeting op het strand; Meester van het Parement van Narbonne/Jean d’Orléans?/Etienne Lannelier?; Meester van Covarrubias/Meester “K” van het Turijn-Milaan Getijdenboek; de Meester van Johannes de Doper van de Très belles heures; Barthélemy van Eyck (?); Meester “H”of “K” van het Turijn-Milaan Getijdenboek; Meester van de Chevrot-Augustinus/ Meester “H” van het Turijn-Milaan Getijdenboek (?); de Meester van de Berlijnse Kruisiging (?)

Turijn, Museo Civico d’Arte Antica

Ms 47 Heures de Milan, onderdeel van de Très belles heures (kerndeel: Parijs, Bibliothèque Nationale, ms. Nouv. Acq. Lat 3093), verluchting door de Meester van Johannes de Doper van de Très belles heures; de Meester van het Llangattock Getijdenboek; Werkplaats van de Meester van Bedford; Meester “H” van het Turijn-Milaan Getijdenboek; Meester “K” van het Turijn-Milaan Getijdenboek; de Meester van de Chevrot-Augustinus/ Meester “H” van het Turijn-Milaan Getijdenboek; Meester van het Parement de Narbonne/Jean d’Orléans?/Etienne Lannelier?; Jan van Eyck: f. 93v geboorte van Johannes de Doper, 116r dodenmis in een kerk, 118r Kruisvinding (ook toegeschreven aan Meester “H” van het Turijn-Milaan Getijdenboek, zie afbeelding aldaar); diverse anonieme kunstenaars; de Meester van het Llangattock Getijdenboek/ Meester “K” van het Turijn-Milaan Getijdenboek

Literatuur

  1. Durrieu 1902 (1967)
  2. Hulin de Loo 1911
  3. Friedländer 1924, p. 68-75
  4. Winkler 1925 (1978), p. 15-21
  5. Panofsky 1953, p. 232-246
  6. Dhanens 1980, p. 38, 162, 164, 165
  7. Chatelet 1980, p. 27-46, 194-197
  8. Pächt 1989 (2002), p. 171-210
  9. Marrow 1991
  10. Buren, van 1991
  11. Chatelet 1993
  12. Smeyers 1997, p. 65-74
  13. Smeyers 1998, p. 257-260
  14. Reynolds 2000
  15. Walther 2001, p. 239-241
  16. Brugge 2002, p. 23-25
  17. Chatelet 2005-2006
  18. Rotterdam 2012, p. 59-65, 98-102, nr. 80
  • Bradley 1887-1889, I, p. 317
  • Thieme-Becker 1907-1950
  • D’Ancona & Aeschlimann 1949, p. 69