
Rouen (School)
Werkplaats van boekverluchters, actief in Rouen (en Parijs; zie hierna) rond 1500 onder het mecenaat van koning Lodewijk XII van Frankrijk en kardinaal George d’Amboise, aartsbisschop van Rouen en minister van koning Lodewijk XII. Na de verovering van het koninkrijk Napels door de Franse legers verwierf George d’Amboise een aanzienlijk deel van de bibliotheek van de koningen van Aragon in Napels. Deze boeken en de voor hem vervaardigde boeken vormden samen zijn bibliotheek op het kasteel Gaillon in Normandië. De hiervoor benodigde uitgaven blijken precies uit de bewaard gebleven rekeningen uit de jaren 1501-1502.
De voor d’Amboise werkzame groep schrijvers en verluchters gebruikten de uit deze bibliotheek afkomstige codices als voorbeeld, hetgeen verklaart dat tot de belangrijkste werken van de School van Rouen Italiaanse werken van schrijvers als Ovidius en Petrarca behoren. Italiaanse motieven worden voorts aangetroffen in de randversieringen van deze handschriften. De School van Rouen staat stilistisch en voor wat betreft de typering van de figuren in de traditie van Jean Bourdichon, terwijl ook een nawerken van Jean Colombe is vast te stellen.
De naam School van Rouen is overigens verwarrend gebleken aangezien een deel van de kunstenaars werkten in Parijs in plaats van Rouen. Wel zijn de door de school vervaardigde werken bestemd voor een gebruik te Rouen.
Tot de onderscheiden kunstenaars die tot deze school gerekend kunnen worden behoren Nicolas Hiesse, Robert Boyvin (o.a. Parijs, Bibliothèque Nationale, ms lat 8551 Epitres de Sénèque), Jean Pichore (o.a. Parijs, Bibliothèque Nationale, ms lat 2070 Cité de Dieu) en de Meester van de Chronique scandaleuse (o.a. Parijs, Bibliothèque Nationale, ms lat 1671, samen met Jean Pichore).
Ook de Meester van Philippe de Gueldre (aan wie thans o.a. de tweedelige Trionfi van Petrarca in Wenen (Osterreichische Nationalbibliothek, cod. 2581, 2582 wordt toegeschreven) kan worden ondergebracht in de School van Rouen, hoewel we thans weten dat hij aan het hof van koning Lodewijk XII te Parijs werkzaam was.
König 1978, p. 166 wijst op de nauwe stilistische verwantschap tussen de beroemde Petites Heures van Anne de Bretagne Parijs, BN, ms n. ac. lat 3027), toegeschreven aan de Meester van de Triomfen van Petrarca, en het getijdenboek van Markgrafen Christoph I. von Baden, bewaard te Karlsruhe, Badische Landesbibliothek , Codex Durlach 1.
De in deze catalogus gerangschikte werken zijn thans nog niet ondergebracht bij gekende individuele kunstenaars uit de School van Rouen.



Catalogus
Chantilly, Musée Condé
Ms 79 getijdenboek, Parijs, ca 1490 School van Rouen / Meester van de Triomfen van Petrarca
literatuur:
- König 1978, p. 202 e.v.
Karlsruhe, Badische Landesbibliothek
Codex Durlach 1 getijdenboek van Markgrafen Christoph I. von Baden, Parijs, ca 1490 School van Rouen / Meester van de Triomfen van Petrarca
literatuur:
- Beer 1965
- König 1978
- Karlsruhe 1992, nr. 27
Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek
Cod 41 Paulus Orosius, Historia adversus paganos, Rouen, ca 1500 een miniatuur met wapen van kardinaal George d’Amboise
literatuur:
- Pächt-Thoss 1977, p. 56, afb. 89-101; p. 59, afb. 102-119
- Wenen 1978, nr. 54
Cod 1906 getijdenboek, Rouen, ca 1503-1512 verlucht in opdracht van Aimeric d’Amboise, Grootmeester van de Johanniterorde sinds 1503, overleden 1512
literatuur:
- Pächt-Thoss 1977, p. 56, afb. 89-101; p. 59, afb. 102-119
- Wenen 1978, nr. 58
Literatuur
- Ritter & Lafond 1913
- Beer 1965
- Pächt-Thoss 1977, p. 56, afb. 89-101; p. 59, afb. 102-119
- König 1978
- Wenen 1978, nrs. 54, 58
- Delaunay 1991
- Karlsruhe 1992, nr. 27
- Avril & Reynaud 1993, p. 411-412