Meesters van Hugo Jansz. van Woerden

Groep Noord-Nederlandse boekverluchters, werkzaam rond de jaren 1475-1500 in Leiden. De groep ontleent haar naam aan de Leidse drukker Hugo Jansz. van Woerden.

Anders dan de Meesters met de Zwarte Ogen, die rijk versierde boeken met vaak omvangrijke series miniaturen maakten voor een welgestelde bovenlaag (zie Den Haag, BPH 2), produceerden de Leidse Meesters van Hugo Jansz. van Woerden in het laatste kwart van de 15e eeuw aantrekkelijke, maar relatief eenvoudige getijdenboeken. Hierin kregen alleen de vijf à zes hoofdonderdelen van de tekst een miniatuur, of een initiaal met een voorstelling erin.

In het verleden werden overeenkomsten opgemerkt tussen de miniaturen van deze schilders en de houtsneden die voorkomen in de boeken van de Leidse drukker Hugo Jansz. van Woerden, en werd zelfs aangenomen dat de verluchters ook de houtsneden hadden vervaardigd. Hoewel deze theorie ondertussen verlaten is, worden de verluchters nog steeds met de naam van de drukker aangeduid en neemt men ook aan dat ze in Leiden werkzaam waren.

De handschriften die zij illustreerden vertonen een aantal gemeenschappelijke kenmerken, zoals een hoekig schrift, dat soms beverig aandoet, en het voorkomen in de kalender van de H. Jeroen, die in het dichtbij Leiden gelegen Noordwijk werd vereerd.

Typerend voor hun verluchtingsstijl zijn de langgerekte blauwe acanthusbladeren in de randen rond miniaturen en tekstbladzijden (zie bijvoorbeeld Den Haag, BHP 11). Veel van de randen rond de miniaturen van de Meesters van Hugo Jansz. van Woerden bestaan uit zogenaamde Leidse blauwe acanthusranden, waarbij de geschilderde randdecoratie wordt gevormd door langgerekte dunne blauwe acanthusbladeren, waarvan de uiteinden dikwijls roodbruin zijn gekleurd.

Een van de subgroepen van deze Leidse blauwe acanthusrand wordt gevormd door groep van de blauwe slierten randen, waarbij de randen zijn overtrokken door een dicht net van stengelachtige blauwe acanthusranken. Een voorbeeld van deze subgroep treffen we aan in Den Haag 132 G 38 (zie afbeelding). (aldus Korteweg in Den Haag 1992, p. 72-3).

Andere handschriften uit de groep vallen op door zacht gekleurde bloemen in de marge (zie bijvoorbeeld Den Haag, BPH 15) of tonen een wat strengere variant daarvan (zie bijvoorbeeld Den Haag, BPH 163).

In het handschrift Den Haag, BHP 15 zijn in de randversiering de langgerekte blauwe acanthusbladeren vervangen door korte krullende bladeren in helder rood en blauw, waartussen zich beestjes en vogels bewegen. Bijzonder opvallend zijn de grote, in roze en zacht-grijsblauwe tinten uitgevoerde bloemen.

De rond veertig handschriften waarvan de verluchting wordt toegeschreven aan de Meesters van Hugo Jansz. van Woerden tonen onderling een grote verscheidenheid in vorm en techniek. De miniaturen zijn soms in dekverven uitgevoerd maar vaker in dun opgebrachte kleuren, en ook in de randen komen allerlei types voor.

Hoewel de verluchting van de door hen gedecoreerde handschriften zich beperkt tot miniaturen en initialen met een voorstelling erin bij het begin van de hoofdteksten, waren de Leidse meesters zeer wel op de hoogte van de laatste trends op artistiek gebied.

Voor hun composities gebruikten ze veelvuldig prenten van Nederlandse en Duitse graveurs, die in grote oplagen over Europa verspreiding vonden. In het handschrift Den Haag, BHP 15 is bijvoorbeeld de opzet van de Annunciatie ontleend aan een gravure van Martin Schongauer uit Colmar, en die van de miniatuur van Anna-te-Drieën aan een van de Meester IAM van Zwolle. Het is denkbaar dat het bij dit soort overnames ging om een soort eerbewijs aan de graveur van een bekende prent, maar het is ook mogelijk dat de verluchter het voorbeeld vooral zag als een mogelijkheid om zijn repertoire uit te breiden, op dezelfde wijze als voorstellingen in modelboeken werden gebruikt.

De door de Meester van Hugo Jansz. van Woerden verluchte handschriften betreffen ten dele handschriften waarin zij de gehele verluchting hebben uitgevoerd (bijvoorbeeld Den Haag, BPH 11 en BPH 15), ten dele handschriften die elders zijn ontstaan en waaraan men een aantal van hun miniaturen heeft toegevoegd, zo bijvoorbeeld Den Haag, BPH 163. Dit laatste getijdenboek werd vervaardigd in Haarlem, en werd op de tekstbladzijden versierd met een vorm van acanthusranden die kenmerkend is voor het laatste kwart van die eeuw. Daarin zijn de takkenbossen, die in eerdere handschriften met de acanthusranken werden gecombineerd (zie bijvoorbeeld Den Haag, BPH 134 en BPH 139), verdwenen. Wel gebleven zijn de sierlijke bloemen en de vogels en beesten tussen de ranken. Het ‘S-slinger’-penwerk, dat bij de kleinere tekstonderdelen is aangebracht, onderschrijft een datering tussen 1480 en 1490 (zie Den Haag, BPH 12). Aangezien in Haarlem in die tijd geen miniatuurschilders meer werkzaam waren, heeft de eigenaar vervolgens in Leiden vijf bladen met miniaturen besteld om bij de hoofdteksten van zijn boek in te voegen. De randen rond de voorstellingen missen de langgerekte blauwe acanthusbladeren die typerend zijn voor Leiden, maar zijn een wat kleinschalige variatie op de ‘bloemrijke stijl’ zoals die in Den Haag, BPH 15 voorkomt. In de wat popperige weergave van de figuren en het gebruik van krachtige dekverven wijkt de schilderstijl echter sterk af van die in dat handschrift. Dat bij het opengeslagen boek de randen links en rechts sterk van elkaar verschilden, werd in die tijd geenszins als storend ervaren.

Binnen het werk van de Meesters van Hugo Jansz. van Woerden vormt een tweetal gebedenboeken, de ene bewaard te Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, BPH 79, en de ander in 1989 deel uitmakende van een Amerikaamse privéverzameling (New York/Utrecht 1989, p. 286) een uitzondering. Het grootste deel van de tekst van het Haagse gebedenboek bestaat uit een serie gebeden, die zijn verdeeld over de zeven dagen van de week. Elke weekdag begint met een gebed tot de Drieëenheid in relatie tot de zeven scheppingsdagen, waarna meditaties volgen over de Zondeval, en over Maria en Christus. Aan deze tekst zijn, eveneens verdeeld over de weekdagen, 52 gekleurde tekeningen toegevoegd, elk met een begeleidend gebed, die tezamen een doorlopende serie vormen van het leven van Maria en van Christus, beginnend met de Presentatie van Maria in de Tempel en eindigend, na de Hemelvaart en Pinksteren, met het Laatste Oordeel.

Deze zeldzame reeks voorstellingen is vrijwel eender te vinden in een getijdenboek van de Zwarte-Ogen-Meesters in de dezelfde collectie (BPH 2), maar daar moest men de verschillende getijdenteksten in een bepaalde volgorde plaatsen en kleinere tekstdelen van een illustratie voorzien om de gehele serie er in onder te kunnen brengen.

Ook de Meester van Cornelis Croesinck illumineerde een dergelijke cyclus (Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, ms. 135 E 19).

Bijzonder voor de Meesters van Hugo Jansz. van Woerden is eveneens de toegepaste schilderwijze: gewassen pentekeningen, die in een zachte, picturale stijl zijn uitgevoerd. Met hun gemengde techniek verbinden de voorstellingen de spontaniteit van tekeningen met de kleurigheid van geschilderde miniaturen.

Catalogus

Boston, Verzameling Arthur Vershbow

Ms nr. 83-61-15 getijdenboek, ca 1485-1490

literatuur:

  • New York/Utrecht 1989, nr. 105

Cambridge, University Library

Ms Add 4097 getijdenboek, Leiden, ca 1475-1500

literatuur:

  • New York/Utrecht 1989, p. 287

Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

Ms 76 F 31 getijdenboek, ca 1490-1500 verluchting door Meesters met de Zwarte Ogen, één van de Meesters van Hugo Jansz. van Woerden en andere verluchter

literatuur:

  • Byvanck/Hoogewerff 1925, nr. 116
  • Hoogewerff 1936-1947, dl. II, p. 315
  • New York/Utrecht 1989, p. 287
  • Broekhuijsen 1997, dl. 1, p. 9, 21-22, 127; dl. 2, p. 22-23, 251, p. 338 nt. 415

Ms 76 G 10 getijdenboek, Leiden, ca 1475-1500

literatuur:

  • Byvanck/Hoogewerff 1925, nr. 140
  • Hoogewerff 1936-1947, dl. II, p. 315
  • New York/Utrecht 1989, p. 287
  • Den Haag 1992, nr. 55, p. 73

Ms 76 G 13 getijdenboek, Leiden, ca 1475-1490 en ca 1490-1510 verluchting door Meesters van Hugo Jansz. van Woerden met latere toevoegingen door Meesters van de Suffragiën: f. 98v Gregoriusmis, 105v kruisiging

literatuur:

  • Byvanck/Hoogewerff 1925, nr. 113
  • Brandhorst & Broekhuijsen-Kruijer 1985, nr. 294
  • Leiden 2011, nr. 149

Ms 132 G 38 getijdenboek, Leiden ca 1480-1500, toegevoegde sectie Delft, ca 1480

literatuur:

  • Byvanck/Hoogewerff 1925, nr. 142
  • Byvanck 1937, p. 103
  • New York/Utrecht 1989, p. 287
  • Den Haag 1992, nr. 57, p. 73

Ms 135 E 12 getijdenboek, Leiden, ca 1475-1500

literatuur:

  • New York/Utrecht 1989, p. 287
  • Van der Hoek 1991, p. 283
  • Den Haag 1992, p. 73, afb. 8
  • Broekhuijsen 1997, dl. 1, p. 55, dl. 2, p. 235 nt 10

BPH 11 getijdenboek, Leiden, ca 1480-1490

literatuur:

  • Amsterdam 2009, nr. 21

BPH 15 getijdenboek, Leiden, ca 1480-1490

literatuur:

  • Amsterdam 2009, nr. 22

BPH 79 gebedenboek, Leiden, ca 1500

literatuur:

  • Christie’s Catalogus 21 juni 1989, lot 35
  • New York/Utrecht 1989, p. 286
  • Amsterdam 2009, nr. 23

BPH 163 getijdenboek, Haarlem, ca 1475-1500, met 5 toegevoegde miniaturen van een van de Meesters van Hugo Jansz. van Woerden, Leiden, ca 1475-1500

literatuur: 

  • Sotheby’s catalogus 17 december 1991, lot 92
  • Amsterdam 2009, nr. 24

‘s-Heerenberg, Huis Bergh

Ms 18 getijdenboek, Leiden, ca 1490

literatuur:

  • Keulen 2001, p. 467

Keulen, Renate König Collectie

Ms nr. 29 gebedenboek, Leiden, ca 1490

literatuur:

  • Byvanck/Hoogewerff 1925, nr. 165
  • Bond & Faye 1962, nr. 12
  • Keulen 2001, nr. 29

Nederland, Privéverzameling

Ms 1 getijdenboek, Leiden, ca 1480-1485

literatuur:

  • New York/Utrecht 1989, nr. 104

Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek

Cod brev 11 getijdenboek, Haarlem, ca 1480 Meester van de Londense Jason en Leiden, ca 1480 Meesters van Hugo Jansz. van Woerden: o.a. f. 67

literatuur:

  • Byvanck 1937, p. 91, 155, figs. 222, 223
  • Utrecht/New York 1989, nr. 80

Utrecht, Rijksmuseum het Catharijneconvent

Ms BMH 162 getijdenboek, Leiden, ca 1480-1490 verluchting door Meesters van Hugo Jansz. van Woerden en 1500-1510 latere toevoegingen door Meesters van de Suffragiën

literatuur:

  • New York/Utrecht 1989, nr. 107

Verenigde Staten, Privéverzameling

Gebedenboek met ca 50 tekeningen, Leiden, ca 1500

literatuur:

  • New York/Utrecht 1989, p. 286

Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek

Cod Guelf 46.2 Aug qu Pseudo-Ludolphian Vita Christi, Leiden, ca 1475-1500

literatuur:

  • New York/Utrecht 1989, p. 286

Literatuur

  1. Byvanck/Hoogewerff 1925, nrs. 113, 116, 140, 142, 165
  2. Hoogewerff 1936-1947, dl. II, p. 315
  3. Byvanck 1937, p. 91, 155, 103, figs. 222, 223
  4. Enschede 1950, nr. 46
  5. Bond & Faye 1962, nr. 12
  6. Brussel 1971, nr. 45
  7. Brandhorst & Broekhuijsen-Kruijer 1985, nr. 294
  8. Christie’s Catalogus 21 juni 1989, lot 35
  9. New York/Utrecht 1989, p. 286-288, nrs. 80, 104, 105, 107
  10. Sotheby’s catalogus 17 december 1991, lot 92
  11. Van der Hoek 1991, p. 283
  12. Den Haag 1992, nrs. 55, 57, p. 72-3, afb. 8
  13. Broekhuijsen 1997, dl. 1, p. 9, 21-22, 55, 127; dl. 2, p. 22-23, 235 nt 10, 251, 338 nt. 415
  14. Keulen 2001, nr. 29, p. 466-475
  15. Amsterdam 2009, nrs. 21, 22, 23, 24
  16. Leiden 2011, nr. 149

Bradley 1887-1889 –
Thieme-Becker 1907-1950
D’Ancona & Aeschlimann 1949 –