Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek, Cod 2583, f. 349v (detail)

Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen

Direct link to:

Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek, Cod 2583 privileges en statuten van de stad Gent en het land Vlaanderen

Vlaams boekverluchter, werkzaam tussen ca 1440 en ca 1460. Ontleent zijn door Friedrich Winkler 1915 gegeven naam aan een door hem voor hertog Filips de Goede van Bourgondië verlucht handschrift betreffende de wettelijke privileges van Gent en Vlaanderen, thans bewaard in de Oostenrijkse nationale bibliotheek te Wenen. Dit handschrift is een uniek historisch document, vervaardigd in opdracht van Filips de Goede naar aanleiding van diens onderwerping van de stad Gent in 1453.

Flemish book illuminator, working between ca 1440 and ca 1460. Derives his name from Friedrich Winkler 1915 from a manuscript illuminated by him for Duke Philip the Good of Burgundy concerning the legal privileges of Ghent and Flanders, now kept in the Austrian national library in Vienna . This manuscript is a unique historical document, commissioned by Philip the Good following his subjugation of the city of Ghent in 1453.

In 1449 breekt in Gent een opstand uit tegen het bewind (en in het bijzonder de hoge belastingen) van de hertog van Bourgondië, Filips de Goede, die ook de titel van graaf van Vlaanderen voert. De hertog probeert de opstand eerst met onderhandelen te beëindigen, maar in 1452 lijkt militair ingrijpen de enige uitweg te zijn. Op 18 juni 1453 valt het leger van de hertog van Bourgondië het graafschap Vlaanderen binnen.
Om een directe aanval op Gent te vermijden en de bevoorrading van de stad langs de Leie, de Schelde en de Dender onmogelijk te maken, valt Filips de Goede eerst drie grafelijke kastelen aan: Schendelbeke, Poeke en Gavere. Het hertogelijke leger, dat grotendeels uit huurlingen uit Picardië, Artesië en Henegouwen bestaat, heeft weinig moeite om de kastelen van Schendelbeke en Poeke te veroveren. De inname gebeurt met veel bloedvergieten, overlevende verdedigers eindigen aan de galg.

Op 18 juli begint ook de belegering van het kasteel van Gavere, dat het dichtst bij Gent ligt. Tot een rechtstreekse aanval wordt niet overgegaan, het kasteel wordt omsingeld. Filips de Goede hoopt de Gentenaars te verleiden om een slag in open veld aan te gaan, waarbij de Bourgondiërs in het voordeel zouden zijn. Gentse steun aan het kasteel blijft echter uit. De Gentenaars draaien enkel de sluizen open om laaggelegen gebieden rond de stad onder water te zetten, maar die maatregel heeft in een droge zomer weinig tot geen impact.

John Fox, aanvoerder van zestien Engelse boogschutters die het Gaverse kasteel helpen verdedigen, doorbreekt de impasse. Hij loopt over naar het Bourgondische kamp en sluit er een deal: om hem en zijn Engelse huurlingen te laten ontsnappen wil hij in ruil een Gentse aanval uitlokken. Filips de Goede gaat akkoord, waardoor Fox naar Gent “ontsnapt” en er, met veel zin voor dramatiek, beweert dat de hertog en zijn troepen het kasteel van Gavere hebben aangevallen.

De list lukt wonderwel. Gent trekt ten strijde. Alle gezonde inwoners tussen twintig en zestig jaar worden onder de wapens geroepen. Contemporaine bronnen spreken over zo’n dertig- tot veertigduizend man, maar het werkelijke aantal ligt een stuk lager. Overblijvende leden van het garnizoen in Gavere hebben zich ondertussen overgegeven aan de Bourgondiërs. Ook zij worden opgehangen.

De toegesnelde burgermilities van Gent moeten het, na een drie uur durende mars onder een blakende zon, in open veld opnemen tegen getrainde ridders. Vanop een heuvel ziet Filips de Goede het Gentse leger naderen. Op een van de eerste rijen bevindt zich John Fox, die zo snel mogelijk naar de Bourgondiërs toeloopt… en er met open armen wordt ontvangen. De Gentenaars beseffen dat ze in een valstrik zijn gelopen.

Op 23 juli, kort na de middag, begint de slag aan het kasteel. De artilleriegevechten gaan gelijk op, een eerste aanval van de Bourgondische ruiterij wordt afgeslagen. De strijd is dus niet meteen beslecht, de winstkansen wisselen voortdurend… en de Bourgondische hertog wordt toch wat nerveus. Tot een dramatisch voorval zich afspeelt.

Volgens Olivier de La Marche, kroniekschrijver aan het Bourgondische hof, vat het Gentse kruitkonvooi namelijk plots vuur, wellicht een gevolg van een overspringende genster van een brandende lont op een zak buskruit. De ontploffing is enorm, de chaos die erop volgt is dat ook. Overtuigd dat de slagorde is doorbroken, verspreidt paniek zich in de Gentse gelederen. Ze slaan massaal op de vlucht. Tijdens het tumult beveelt Filips de Goede een grote aanval, waardoor honderden soldaten sneuvelen.
Een Gentse elite-eenheid van zo’n duizend tot tweeduizend man sterk houdt echter stand en geeft een deel van het leger de kans zich terug te trekken naar de stad.

Eén dag later geven de Gentenaars zich over. Gentse burgers vragen blootvoets en in een simpel nachthemd (tabbaard) om vergiffenis. De hertog spaart de stad, de Gentse Opstand is beëindigd.

Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek, Cod 2583

Naast de Bourgondische hertog Filips de Goede behoorden ook personen uit diens omgeving, zoals Jean Chevrot en Jean de Lannoy, tot de opdrachtgevers van onze meester.

In addition to the Burgundian duke Philip the Good, people from his environment, such as Jean Chevrot and Jean de Lannoy, were among the clients of our master.

De Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen is een navolger van de Meester van Guillebert de Mets. Aangezien de stilistische overeenkomsten tussen het werk van beide meesters zeer nauw is, heeft de literatuur vroege werken van onze meester (bijvoorbeeld het missaal van Jean de Lannoy, de bladen uit een getijdenboek in Waddesdon Manor en het getijdenboek in Oxford) nogal eens, ten onrechte, aangezien voor later werk van de oudere meester van Guillebert de Mets (bijvoorbeeld Brussel 1959, nr. 13) (aldus Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33).

The Master of the Privilegies of Ghent and Flanders is a follower of the Master of Guillebert de Mets. Since the stylistic similarities between the work of the two masters are very close, the literature has early works by our master (for example the missal of Jean de Lannoy, the sheets from a book of hours in Waddesdon Manor and the book of hours in Oxford) wronly seen as later work by the older master of Guillebert de Mets (for example Brussels 1959, no. 13) (according to Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33).

Er bestaat overigens mogelijk wel een familieband tussen beide meesters. Dominique Vanwijnsberghe suggereerde in een studie van 2002, dat de Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen vereenzelvigd zou kunnen worden met Jean Ramon le jeune, de zoon van Johannes Ramon, een verluchter afkomstig van Gent die in 1432 meester werd in Doornik maar van wie ook activiteit traceerbaar is in Gent vanaf 1418 en in 1436. Johannes Ramon of Jean Ramon l’aisné zou dan een van de Meesters van Guillebert de Mets zijn geweest en zijn zoon zou te identificeren zijn als Jean Ramon le jeune.

There may nevertheless possible be a family bond between the two masters. Dominique Vanwijnsberghe suggested in a study of 2002 that the Master of the Privilegies of Ghent and Flanders could be identified with Jean Ramon le jeune, the son of Johannes Ramon, an illuminator from Ghent who became a master in Tournai in 1432 but of whom activity is also traceable in Ghent from 1418 and in 1436. Johannes Ramon or Jean Ramon l’aisné would then have been one of the Masters of Guillebert de Mets and his son could be identified as Jean Ramon le jeune.

Catalogus

Baltimore, Walters Art Gallery

Ms W 172 Getijdenboek van Jan Eggert, Gent of Tournai, ca 1450-1460

literatuur:

  • De Ricci 1935-1940, I, p. 788, nr. 195
  • Panofsky 1953, p. 121 nt 9, p. 126 nt 1
  • Dogaer 1987, p. 31 als Meesters van de Gouden Ranken?
  • Wieck 1988 (2001), cat. nr. 85
  • Randall 1997, nr. 245
  • Clark 2000, p. 189-191

Ms W 263 getijdenboek, Gent of Tournai, ca 1442-1445, verluchting door Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen, Meesters van de Gouden Ranken en stijl van de Meester van Mansel

literatuur:

  • De Ricci 1935-1940, I, p. 792, nr. 221
  • Panofsky 1953, p. 61 nt 3, p. 121 nt 9, p. 123 nt 1
  • Dogaer 1987, p. 36 als Meester van Guillebert de Mets
  • Randall 1997, nr. 238 als omgeving Meester van Guillebert de Mets
  • Clark 2000, p. 192

Ms W 719 getijdenboek, Gent of Tournai, ca 1455-1460, verluchting door Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen, stijl van de Meester van Guillebert de Mets

literatuur:

  • De Ricci 1935-1940, I, p. 788, nr. 193
  • Panofsky 1953, p. 121 nt 9, p. 123 nt 19, p. 124 nt 7
  • Cardon, Lievens & Smeyers 1985, p. 159 als omgeving Meester van Guillebert de Mets
  • Dogaer 1987, p. 36 als Meester van Guillebert de Mets
  • Wieck 1988 (2001), cat. nr. 86
  • Randall 1997, nr. 241
  • Clark 2000, p. 195-7

Brussel, Koninklijke Bibliotheek

Ms 9015 Augustinus, la cité de Dieu (Franse vertaling door Raoul de Presles), volume I, Brussel en Gent of Tournai, ca 1445, geschreven door Nicolas Cotin voor Jean Chevrot, bisschop van Tournai (Doornik), verluchting door de Meester van de Chevrot-Augustinus: f. 1r: frontispice met de geestelijke en de wereldlijke macht verenigd; werkplaats van Meester van Guillebert de Mets en Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen: overige miniaturen

literatuur:

  • Smeyers 1998, p. 260-262
  • Leuven 2002, nr. 73

Ms 9016 Augustinus, la cité de Dieu (Franse vertaling door Raoul de Presles), volume II, Brussel en Gent of Tournai, ca 1445, geschreven door Nicolas Cotin voor Jean Chevrot, bisschop van Tournai (Doornik), verluchting door de Meester van de Chevrot-Augustinus: f. 1r: frontispice met aanbieding van het handschrift door Raoul de Presles aan Karel V; Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen: overige miniaturen

literatuur:

  • Winkler 1925 (1978), p. 163
  • Gaspar & Lyna 1942, nr. III
  • Brussel 1959, nr. 35
  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33
  • Gaspar & Lyna 1989, p. 25-31, 412-3, nr. 246.2, pl. VI
  • Keulen 1993, nr. 83
  • Clark 2000, p. 200-202

Ms 9043 Aegidius Romanus, Le Livre du Gouvernement des princes (Franse vertaling door Jean Wauquelin), Tournai en Bergen, ca 1450-1452 bevat één miniatuur: f. 2r frontispice met de presentatie van het boek aan Filips de Goede, naar het model van de door Rogier van der Weyden geschilderde aanbiedingsscène in de Chroniques de Hainaut

literatuur:

  • Winkler 1925 (1978), p. 163
  • Brussel 1959, nr. 46
  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33
  • Gaspar & Lyna 1989, p. 279-283, 458, nr. 313, pl. LXXVIII
  • Smeyers 1998, p. 310-1
  • Clark 2000, p. 203

Carpentras, Bibliothèque municipale

Ms 78 getijdenboek, vier van de tien miniaturen door de Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen

literatuur:

  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33

Chicago, Art Institute

Inv 1915.538 getijdenboek Vlaanderen, ca 1440-1445 Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen

Chicago, Art Institute, Inv 1915.538 getijdenboek met de Visitatie

Gotha, Landesbibliothek

Ms II 137 brevier

literatuur:

  • Winkler 1925 (1978), p. 171
  • Brussel 1959, nr. 17c
  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33

Lille, Bibliothèque municipale

Ms 626 missaal van Jean de Lannoy, na 1451

literatuur:

  • Brussel 1959, nr. 13
  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33

Londen, Sam Fogg Rare Books

inv. 9658 getijdenboek, Tournai en Mons, ca 1445-1450, o.a. f. 31r Pinksteren, 75v geboorte, 101r: vlucht naar Egypte, 112r kindermoord, 121r: David in gebed, door Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen

New York, Pierpont Morgan Library

Ms M 82 getijdenboek, ca 1440-1450

literatuur:

  • Wieck 1997, nr. 41

Oxford, Bodleian Library

Ms rawl lit e 14

literatuur:

  • Brussel 1959, nr. 11
  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33

Parijs, Bibliothèque Nationale

Ms fr 6185 Valerius Maximus, Faits et dits memorables (vert. door Simon de Hesdin en Nocolas de Gonesse), Vlaanderen, tussen 1450 en 1467 Meester van de Privilegiën van Gent en Vlaanderen: frontispice; Meester van Wauquelin’s Alexander: overige verluchting

literatuur:

  • Winkler 1925 (1978), p. 192
  • Brussel 1959, nr. 34
  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33-34)
  • Brussel-Parijs 2011-2012, nr. 22

Praag, Universiteitsbibliotheek

Ms XXIII getijdenboek

literatuur:

  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33

Waddesdon Manor, James A. de Rothschild Collection

Ms 5 twaalf losse bladen uit een getijdenboek, Tournai (?), ca 1440

literatuur:

  • Delaissé-Marrow-de Wit 1977, ms. 5
  • Clark 2000, p. 20-22
  • Marrow 2005, p. 14, noot 40, afb. 38, 39)

Warschau, Nationale Bibliotheek

Ms wil rp 868 getijdenboek

literatuur:

  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33

Ms wil rp 869 getijdenboek

literatuur:

  • Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 33

Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek

Cod 2583 privileges en statuten van de stad Gent en het land Vlaanderen, kort na 1453

literatuur:

  1. Waagen 1867, II, p. 46-47
  2. Winkler 1915
  3. Winkler 1925 (1978), p. 207
  4. Zürich 1946-1947, nr. 266
  5. Amsterdam 1947, nr. 217
  6. Wenen 1952, nr. 204
  7. Brussel 1959, nr. 244
  8. Unterkircher 1967 (2), p. 226-229, tafel 51
  9. Gent 1975, II, nr. 592
  10. Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 23-34, kleurpl. II, afb. 28-44, fig. 22-35 en 42
  11. Thoss 1987, nr. 2

Literatuur

  1. Waagen 1867, II, p. 46-47
  2. Winkler 1915
  3. Winkler 1925 (1978), p. 31, 163, 171, 183, 192, 203, 207
  4. De Ricci 1935-1940, I, p. 788, nr. 193; p. 788, nr. 195; p. 792, nr. 221
  5. Gaspar & Lyna 1942, p. 9, nr. III
  6. Zürich 1946-1947, nr. 266
  7. Amsterdam 1947, nr. 217
  8. Wenen 1952, nr. 204
  9. Panofsky 1953, p. 121 nt 9, p. 126 nt 1; p. 61 nt 3, p. 123 nt 1, p. 124 nt 7
  10. Brussel 1959, nrs. 11, 13, 17c, 34, 35, 46, 244
  11. Unterkircher 1967 (2), p. 226-229, tafel 51
  12. Gent 1975, II, nr. 592
  13. Delaissé-Marrow-de Wit 1977, ms. 5
  14. Pächt-Jenni-Thoss 1983, p. 23-34, kleurpl. II, afb. 28-44, fig. 22-35 en 42
  15. Cardon, Lievens & Smeyers 1985, p. 159
  16. Thoss 1987, nr. 2
  17. Dogaer 1987, p. 31, 36
  18. Wieck 1988 (2001), cat. nrs. 85, 86
  19. Gaspar & Lyna 1989, p. 25-31, 412-3, nr. 246.2, pl. VI; p. 279-283, 458, nr. 313, pl. LXXVIII
  20. Keulen 1993, nr. 83
  21. Wieck 1997, nr. 41
  22. Randall 1997, nrs. 238, 241, 245
  23. Smeyers 1998, p. 250, 260-262, 310-311
  24. Clark 2000
  25. Vanwijnsberghe 2001b
  26. Leuven 2002, nr. 73
  27. London-Los Angeles 2003, p. 258, 259
  28. Marrow 2005, p. 14, noot 40, afb. 38, 39
  29. Clark 2006 (2)
  30. Brussel-Parijs 2011-2012, p. 151, 183-5, nrs. 21, 22