New York, the Cloister’s Museum, acc. 54 (1.2) Getijdenboek van Jeanne d’Evreux, f. 68v-69r kruisiging en aanbidding door herders

Jean Pucelle

frans boekverluchter, werkzaam rond 1320-1334 te Parijs. Overleden in 1334. Aan hem is de verdienste toegeschreven de zogenaamde “drolerieën” in Parijs geïntroduceerd te hebben, hoewel deze al aan het begin van de 14e eeuw in Parijs bekend waren.

Tot zijn bekendste werken behoren de Billyng Bijbel en zijn meesterwerk, het in grisaille uitgevoerde Getijdenboek voor Johanna van Evreux. Meiss 1967, p. 185 noemt Pucelle een innovatief verluchter aan wie hij het ontwerp van een nieuw soort kalender toeschrijft, voor het eerst toegepast in het Breviarium van Belleville.

New York, the Cloister’s Museum, acc. 54 (1.2) Getijdenboek van Jeanne d’Evreux, f. 165v-166r

Het bijzondere van deze kalenderillustraties is dat, met uitzondering van de illustratie bij de maand December, nergens mensen worden weergegeven. Hiermee is sprake, thans volgens Panofsky 1953, p. 33 e.v., van een revolutionaire verandering in focus van de mens op de natuur.

De kalenderillustraties van Pucelle blijken aldus bescheiden voorvaderen van die uit de beroemde Très Riches Heures du Duc de Berry door de Gebroeders van Limburg.

Pucelle is in Frankrijk de vroegste getuigenis van de Italiaanse invloeden van Duccio en Giotto die de Europese schilderkunst van de 14e eeuw zo veranderen zou, met name op het gebied van het weergeven van ruimtes in perspectief.

Interessant in dit verband is de afgebeelde miniatuur met de weergave van een belegerd onmiskenbaar Toscaans kasteel, waarvan de toren sterk gelijkt op die van het Palazzo Vecchio in Florence (Parijs, Bibliothèque Nationale, ms. Nouv. Acq. fr. 24541, f. 70v).

Parijs, Bibliothèque Nationale, ms. Nouv. Acq. fr. 24541, f. 70v (detail)

In zijn jeugdwerken wordt de verluchting van Pucelle nog sterk bepaald door de stijl van de oudere Maitre Honoré.

Door de uitvoering in grisaille en de verbluffende plastiek van de personages heeft de afgebeelde Gevangenneming uit het Getijdenboek van Evreux veel weg van ivoorsnijwerk. Op de Verkondiging wordt voor ongeveer de 1e keer een interieur als samenhangend geheel weergegeven, iets wat tevoren in de Noordelijke boekverluchting nog onbekend was.

New York, the Cloister’s Museum, acc. 54 (1.2) Getijdenboek van Jeanne d’Evreux, f. 15v-16r verraad en annunciatie

Pucelle gaf leiding aan een werkplaats waartoe, afgaande op door hem aan hen verrichte betalingen, in ieder geval behoorden Jaquet Maci, Anciau de Cens en Jean Chevrier. Ook de verluchter Mahiet behoorde tot zijn medewerkers; aan hem kunnen secundaire verluchtingen uit het Breviarium van Belleville worden toegeschreven.

Pucelle’s stijl leefde nog vele jaren na zijn dood voort dankzij een opmerkelijk verluchter, wellicht identiek met Jean le Noir, die in zijn werkplaats moet zijn opgeleid en er ongetwijfeld na het overlijden van Pucelle in 1334 de leiding van heeft overgenomen.

New York, the Cloister’s Museum, acc. 54 (1.2) Getijdenboek van Jeanne d’Evreux, f. 53v-54r geseling en geboorte

Catalogus

Londen, Victoria and Albert Museum

Ms L 1346-1891 Missaal voor de Abdij van Saint-Denis te Parijs, Parijs, ca 1350 School van Jean Pucelle

literatuur:

  • Harthan 1983, nr. 11

Malibu, J. Paul Getty Museum

Ms Ludwig IX 2 Breviarium Romanum, winterdeel, Parijs ca 1320-1325 werkplaats van Jean Pucelle

literatuur:

  • Euw & Plotzek 1982, nr. IX 2, p. 64-73, afb. 7-22

New Haven, Yale University , Beinecke Rare Book and Manuscript Library

Ms 390 Getijdenboek van Savoie/Blanche de Burgundy, Parijs, ca 1325-1330 en ca 1350 begonnen door Jean Pucelle, na de dood van Blanche 20 jaar later voltooid door Jan Boudolf (aldus Panofsky 1953) dan wel de Meester van de Bijbel van Jean de Sy (aldus Wieck 1988); (voorheen bewaard in Portsmouth, Catholic Episc. Library, niet te verwarren met het getijdenboek van Savoie in Parijs, Bibliothèque de l’Arsenal)

literatuur:

  • Delisle 1907, I, p. 208-214
  • Blanchard 1910
  • Durrieu 1911 (2)
  • Panofsky 1953, p. 35, fig. 18
  • Christie’s 5 juli 1967, lot 163
  • Parijs 1968 (1), nr. 174
  • Parijs 1981, nr. 37
  • Sterling 1987, nr. 11
  • Bagliani 1990, nr. 31
  • Wieck 2005

New Haven, Yale University , Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Ms 390

New York, the Cloister’s Museum

Acc. 54 (1.2) Getijdenboek van Jeanne d’Evreux, Parijs , ca 1325-1328

literatuur:

  • Panofsky 1953, p. 29-32
  • Porcher 1959, p. 50-53
  • Parijs 1968 (1), nr. 133
  • Avril 1978, nrs. 3-10
  • Parijs 1981, nr. 239
  • Sterling 1987, nr. 10
  • Walther 2001, p. 208-211

New York, the Cloister’s Museum, acc. 54 (1.2) Getijdenboek van Jeanne d’Evreux, f. 154v-155r

Parijs, Bibliotheque Nationale

Ms lat 10483 en 10484 Brevier van Belleville, Parijs ca 1323-1326 verluchting door Jean Pucelle, Anciau de Cens e.a., waaronder Mahiet voor wat betreft secundaire verluchting

literatuur:

  • Delisle 1907, I, p. 182-5
  • Vitzthum 1907, p. 183-195
  • Martin 1909, p. 35-61
  • Londen 1932, nr. 40b
  • Leroquais 1934, III, p. 198-210
  • Panofsky 1953, p. 32-35
  • Parijs 1955, nr. 106
  • Porcher 1959, p. 50-53
  • Meiss 1967, p. 185-6
  • Parijs 1968 (1), nr. 132
  • Avril 1978, p. 16, nrs. 11-12
  • Sterling 1987, nr. 9
  • Walther 2001, p. 206-207

Parijs, Bibliothèque Nationale, Ms lat 10484, f. 17r

Ms lat 11935 Bijbel van Robert de Billyng, Parijs, 1327 verluchting door Jean Pucelle, Anciau de Cens en Jaquet Maci

literatuur:

  • Parijs 1955, nr. 107
  • Porcher 1959, p. 50-53
  • Parijs 1968 (2), nr. 251
  • Avril 1978, p. 12, 15, 16
  • Parijs 1981, nr. 238
  • Sterling 1987, nr. 8

Parijs, Bibliothèque Nationale, Ms lat 11935, f. 5r

Ms nouv acq fr 24541 Gauthier de Coincy, Miracles de Notre-Dame

literatuur:

  • Parijs 1955, nr. 113
  • Parijs 1968 (1), nr. 151
  • Avril 1978, p. 17-18, nr. 13
  • Parijs 1981, nr. 241
  • Sterling 1987, nr. 11

Vaticaanstad, Biblioteca Apostolica Vaticana

Ms Urb lat 603 Brevier van Blanche de France, Parijs 1310-20

literatuur:

  • Biblioteca Apostolica Vaticana 1992, p. 238-9

Vaticaanstad, Biblioteca Apostolica Vaticana, Ms Urb lat 603, f. 66v

Literatuur

  1. Delisle 1907, I, p. 182-5, p. 208-214
  2. Vitzthum 1907, p. 183-195
  3. Martin 1909, p. 35-61
  4. Blanchard 1910
  5. Durrieu 1911 (2)
  6. Londen 1932, nr. 40b
  7. Leroquais 1934, III, p. 198-210
  8. Panofsky 1953, p. 29-32, 32-35
  9. Parijs 1955, nrs. 106, 107, 113
  10. Porcher 1959, p. 50-53
  11. Panofsky 1953, p. 34-36, fig. 18
  12. Christie’s 5 juli 1967, lot 163
  13. Meiss 1967, p. 185, 186
  14. Parijs 1968 (1), nrs. 132, 133, 151 174
  15. Parijs 1968 (2), nr. 251
  16. Avril 1978, p. 10-18, nrs. 3-13
  17. Kraus 1978, nr. 37
  18. Parijs 1981, nrs 238, 239, 241
  19. Euw & Plotzek 1982, nr. IX 2, p. 64-73, afb. 7-22
  20. Harthan 1983, nr. 11
  21. Sterling 1987, nrs. 8, 9, 10, 11
  22. Wieck 1988 (2001), nr. 11
  23. Bagliani 1990, nr. 31
  24. De Hamel 1990
  25. Biblioteca Apostolica Vaticana 1992, p. 238-9
  26. Walther 2001, p. 206-207, 208-211
  27. Wieck 2005
  28. Pyun & Russakoff 2013 1953, p. 34-36, fig. 18
  • Bradley 1887-1889, III, p. 104
  • Thieme-Becker 1907-1950
  • D’Ancona & Aeschlimann 1949, p. 178