Berlijn, Staatsbibliothek-Preussischer Kulturbesit
Depot Breslau, 2, vol. II, f. 244r: openbare badstoof (detail) door Philippe de Mazerolles

Philippe de Mazerolles

Frans boekverluchter, werkzaam in de 2e helft van de 15e eeuw. Hij wordt in 1454 te Parijs vermeld, vestigde zich omstreeks 1460 in Brugge en overleed in 1479. In deze omgeving, waar de boekverluchting van Willem Vrelant en Loyset Liédet neigde naar verstarring, bracht De Mazerolles nieuw leven. Hij importeerde uit zijn land de gewoonte om het landschap en de interieurs met hun meubilair met enkele grote lijnen te suggereren. Bovendien vertoont zijn werk de invloed van Jean Fouquet. Ook de randversiering is Frans geïnspireerd. Maar zijn diepteschepping is onsamenhangend, in tegenstelling tot de Vlaamse miniatuurkunst van die tijd, die precies aan dit aspect veel aandacht besteedde. Zijn kunst vertoont zowel vormelijk als inhoudelijk de invloed van Hugo van der Goes. Net als deze Vlaamse primitief slaagde De Mazerolles erin diepe emoties weer te geven.

Berlijn, Staatsbibliothek-Preussischer Kulturbesitz
Depot Breslau, 2, 1-2 Openbare badstoof

Het Zwarte Gebedenboek en de (inmiddels als onjuist te beschouwen) vereenzelviging van de Meester van Antoon van Bourgondië met Philippe de Mazerolles.

Het merkwaardigste boek dat door sommige schrijvers aan Philippe de Mazerolle wordt toegeschreven is een horarium op volledig zwart gekleurd perkament (Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek 1856). De tekst is geschreven met zilveren en gouden inkt. Het gebruik van wit, goud en zilver op de donkere drager veroorzaakt spectaculaire emailachtige effecten. De sterke clair-obscurwerking verhoogt de dramatische expressie.

Volgens sommigen is dit zwarte getijdenboek het geschenk dat op 24 februari 1466 door het Brugse Vrije aan Karel de Stoute werd aangeboden. Aangezien dit geschenk vroeger werd toegeschreven aan de Meester van Antoon van Bourgondië zou dat betekenen dat beide meesters te vereenzelvigen zijn. In dat geval moeten de werken die vroeger op naam van De Mazerolles stonden worden toegekend aan Lieven van Lathem.

Otto Pächt en Dagmar Thoss 1990 aanvaarden deze redenering (die ook in Los Angeles-London 2003, p. 264 als uiteindelijk onbewezen wordt genoemd) echter niet en herkennen in het zwarte getijdenboek geen Franse maar veeleer Hollandse componenten (zie voor argumentering verder onder de Meester van het Zwarte Gebedenboek).

Het Zwarte Gebedenboek kwam later in het bezit van Galeazzo Maria Sforza (overleden 1476), hertog van Milaan. Deze liet vooraan zijn wapen toevoegen op een zwart blad dat onbeschreven en onbeschilderd was gebleven.

Vanaf 1467 werkte De Mazerolles voor Karel de Stoute als Valet de chambre et enlumineur. Hij ontving in die periode een vergoeding voor een zwart getijdenboek en andere devote teksten. Van dit handschrift zijn nog slechts 2 fragmenten bewaard gebleven, beide in Parijs (Bibliothèque Nationale, ms. n. acg. lat 149 en Louvre, MI 1091).

Een andere opdrachtgever was Antoon van Bourgondië voor wie De Mazerolles een exemplaar van de Facta et dicta memorabilia van Valerius Maximus verluchtte.

Parijs, Musée du Louvre, Cabinet des Dessins
MI 1091 bifolio uit het Zwarte Getijdenboek van Karel de Stout

Het getijdenboek uit de verzameling van Heribert Tenschert en de identificering van de Meester van Margaretha van York en de Meester van Fitzwilliam 268 als Philippe de Mazerolles (?)

In het jaar 2004 werd via antiquariaat Heribert Tenschert een getijdenboek bekend waarvan alle randen en de dertien miniaturen volledig door Philippe de Mazerolles zijn verlucht en dat aldus het enige handschrift zou vormen dat met zekerheid aan hem kan worden toegeschreven. Gesteld wordt dat hiermee tevens de identificatie van de voorheen als Meester van Margaretha van York en de Meester van Fitzwilliam 268 met Philippe de Mazerolles is komen vast te staan. Clark 2006, m.n. p. 132 onderschrijft deze vereenzelviging zonder voorbehoud. Dit zou dan aansluiten bij eerdere “geluiden” uit de literatuur, zie bijv. De Schryver 1999, p. 61-62 die de miniatuur uit de militaire ordonnantie thans bewaard in Londen, British Library, ms add 36619 beschouwd als een authentiek en gedocumenteerd werk van De Mazerolles, uitgevoerd samen met de Meester van Margaretha van York, terwijl Brinkmann 1997, p. 168 de miniatuur toeschrijft aan de Meester van Fitzwilliam 268, maar wel op p. 274 uitdrukkelijk de mogelijkheid openlaat dat de Meester van Fitzwillam 268 te vereenzelvigen is met Philippe de Mazerolles. Gevolg hiervan is overigens wel dat de door De Schryver al eerder voorgestelde vereenzelviging van De Mazerolles met de Meester van Antoon van Bourgondië in ieder geval niet klopt. Hiermee is wederom een argument gevonden om het Zwarte Gebedenboek niet toe te schrijven aan Philippe de Mazerolles.

De relatie tussen Philippe de Mazerolles en de Meester van de Harley Froissart/Meester van de Froissart van Philippe de Commynes.

Ook de relatie tussen de anonieme Meester van de Harley Froissart en Philippe de Mazerolles verdient volgens Los Angeles-London 2003, p. 261 nader onderzoek, immers net als bij De Mazerolles is ook bij de Meester van de Harley Froissart sprake van verwantschap met de Parijse boekverluchtingskunst uit de jaren 1450-1460, terwijl beiden in latere jaren in Brugge werkzaam waren. In Parijs 2011, p. 294-5 wordt de Meester van de Harley Froissart (ook genaamd: Meester van de Froissart van Philippe de Commynes) zonder enig voorbehoud geïdentificeerd als Philippe de Mazerolles.

Catalogus

Berlijn, Staatsbibliothek-Preussischer Kulturbesitz

Ms Breslau, delen 1-2 Valerius Maximus, de Facta et dicta memorabilia, Vlaanderen, ca 1470 verluchting door Philippe de Mazerolles/Meester van Antoon van Bourgondië en Meester van het Brugse Genealogia deorum: 8 kleine miniaturen

literatuur:

  • Dogaer 1987, p. 124 als Philippe de Mazerolles
  • Brinkmann 1997, p.71-75, 94, 105, text ill. 15, 16, 18 als derde hand is Meester van Maria van Bourgondië
  • Smeyers 1998, p. 369 als Philippe de Mazerolles
  • Los Angeles-London 2003, p.218, 264 als Meester van het Brugse Genealogia deorum
  • Hans-Collas & Schandel 2009, p. 90, 92, 112, 131, 184, 261
  • Wijsman 2010, p. 263-4
  • Parijs-Brussel 2011-2012, p. 312

Bibermühle, Antiquariaat Heribert Tenschert

Ms s.n. getijdenboek, Brugge

literatuur:

  • Hofmann & Nettekoven 2004
  • Site Tenschert (2004)

Brussel, Koninklijke Bibliotheek

Ms 9262 Raoul Lefevre, Recueil des Histoires de Troie, Brugge 1464 verluchting door Philippe de Mazerolles/Meester van Antoon van Bourgondië lit: Brussel 1959, nr. 112 Ms 9263 Raoul Lefevre, Recueil des Histoires de Troie, Brugge 1464 verluchting door Philippe de Mazerolles/Meester van Antoon van Bourgondië

literatuur:

  • Brussel 1959, nr. 111
  • Smeyers 1998, p. 369
  • Parijs–Brussel 2011-2012, nr. 81

Genève-Cologny, Sammlung Bodmer (Bibliotheca Bodmeriana)

Ms Bodmer 53 Quintus Curtius Rufus, Histoire d’Alexandre (vert. Vasco da Lucena), Brugge, ca 1470-1475 verluchting door Meester van Margaretha van York, Meester van de Brugse Genealogia deorum, Meester van Antoon van Bourgondië/Philippe de Mazerolles

literatuur:

  • Olschki 1932, pl. 64
  • Brussel 1959, nr. 233 volgeling Meester van Antoon van Bourgondië
  • Vielliard 1975, p. 133
  • Dogaer 1987, p. 97 als Gotha, Forschungsbibl., ms. I 117 door Meester van de Hiëro
  • McKendrick 1996, fig. 14, 16, 19

Milaan, Biblioteca Trivulziana

Ms 470 getijdenboek

Parijs, Bibliothèque Nationale

Ms fr 134 Bartolomeus Anglicus, le livre de la propriété des choses, Brugge, ca 1465-1475, verluchting van het frontispice door Philippe de Mazerolles/Meester van Antoon van Bourgondië

literatuur:

  • Brugge 1981, nr. 108
  • Parijs-Brussel 2011-2012, nr. 79

Ms fr 296-299 Jean Mansel, La Fleur des histoires, Boeken 1-3, Brugge, ca 1470-1479 verluchting door Philippe de Mazerolles: o.a. ms. 299 f. 1r, 48v, 59v en Meester met de Spraakzame Handen, Meester van de Soane Josephus: frontispices van volumes 1 en 2

literatuur:

  • Parijs-Brussel 2011-2012, nr. 86

Parijs, Bibliothèque Nationale, Ms fr 299, f. 1r (detail) door Philippe de Mazerolles

Ms fr 961 Johannes Tinctor, Traité du peché de vauderie, Brugge ca 1470

Ms fr 1174 Jean Robertet, les douze dames de rhétorique, ca 1470 verluchting door Philippe de Mazerolles/Meester van Antoon van Bourgondië

literatuur:

  • Brugge 1981, nr. 110
  • Parijs-Brussel 2011-2012, nr. 77

Ms fr 2645 en 2646 Froissart, Chroniques, banden III en IV verluchting door Philippe de Mazerolles, de Meester van Lodewijk van Brugge, de Meester van het Dresdense Gebedenboek en wellicht de Meester van Antoon van Bourgondië

literatuur:

  • Brugge 1981, nr. 109
  • Parijs-Brussel 2011-2012, nr. 80

Ms fr 2691 Jean Chartier, Chroniques du règne de Charles VII, Brugge, ca 1470-1479

literatuur:

  • Parijs-Brussel 2011-2012, nr. 87

Ms fr 23963 Charles le Téméraire, Ordonnance militaire, Brugge, 1475

literatuur:

  • Parijs-Brussel 2011-2012, nr. 88

Ms n. acq. lat 149 los blad uit het Zwarte Getijdenboek van Karel de Stoute, Brugge, ca 1467 (enige andere fragment uit dit verder verloren gegane getijdenboek is in Parijs, Louvre, MI 1091)

literatuur:

  • Parijs 2011, p. 296

Parijs, Musée du Louvre, Cabinet des Dessins

MI 1091 bifolio uit het Zwarte Getijdenboek van Karel de Stoute, Brugge, ca 1467 verluchting door Willem Vrelant: de gehistorieerde initiaal met een begrafenisscène, overige verluchting door Philippe de Mazerolles (enige andere fragment uit dit verder verloren gegane getijdenboek is in Parijs, Bibliothèque Nationale, ms n. acq. lat 149)

literatuur:

  • Parijs 2011, nr. 156

Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek

Cod 1856 zwarte getijdenboek van Sforza, Brugge, ca 1466 verluchting door Philippe de Mazerolles/Meester van Antoon van Bourgondië

literatuur:

  • Smital 1930
  • Trenkler 1948
  • Jenni & Thoss 1982
  • Thoss 1987, nr. 14
  • Pächt-Thoss 1990, p. 17-35
  • Smeyers 1998, p. 369-371
  • Walther 2001, p. 362-3

Literatuur

  1. Winkler 1925 (1978), p. 88-93
  2. Durrieu 1927, p. 30
  3. Smital 1930
  4. Olschki 1932, pl. 64
  5. Trenkler 1948
  6. Brussel 1959, nrs. 111, 112, 233
  7. De Schryver 1969
  8. Vielliard 1975, p. 133
  9. De Schryver 1977
  10. Brugge 1981, nr. 108, 109, 110
  11. Jenni & Thoss 1982
  12. Kren 1983, nr. 1 (p. 13)
  13. Dogaer 1987, p. 97, 121-124
  14. Thoss 1987, nr. 14
  15. Bologna 1988, p. 41, 190
  16. Pächt-Thoss 1990, p. 17-35
  17. Thoss 1991
  18. McKendrick 1996, fig. 14, 16, 19
  19. Brinkmann 1997, p.71-75, 94, 105, text ill. 15, 16, 18
  20. Smeyers 1998, p. 369-372, 374, 380, 405, 409-413, 435
  21. De Schryver 1999
  22. Walther 2001, p. 362-363
  23. Los Angeles-London 2003, p. 121, 140, 218, 252, 261, 264-5
  24. Hofmann & Nettekoven 2004
  25. Site Tenschert (2004)
  26. Clark 2006
  27. Hans-Collas & Schandel 2009, p. 90, 92, 112, 131, 184, 261
  28. Wijsman 2010, p. 263-4
  29. Parijs 2011, nr. 156, p. 294-299
  30. Parijs-Brussel 2011-2012, nrs. 77, 79, 80, 81, 86-88, p. 312, 331-337

Bradley 1887-1889

Thieme-Becker 1907-1950

D’Ancona & Aeschlimann 1949, p. 148-149